Bevolkingssamenstelling

Samenstellingen en voorspellingen

Vooral de veranderende verhouding tussen autochtone en allochtone burgers en daarmee samenhangende maatschappelijke spanningen leidt tot verdeeldheid. Om eventuele discussies van cijfers te voorzien volgen hieronder enkele feiten en voorspellingen.

Het CBS hanteert de volgende definitie van allochtoon: Persoon die in Nederland woonachtig is en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Wie zelf in het buitenland is geboren, hoort tot de eerste generatie, wie in Nederland is geboren, hoort tot de tweede generatie.

Niet-westerse allochtonen volgens CBS: Allochtoon met als herkomstgroepering een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

In onderstaande grafiek is een voorspelling van het CBS gegeven over verhoudingen binnen de Nederlandse maatschappij.

Migratie

De toestroom van niet westerse allochtonen is een politiek thema waar veel over wordt gediscussieerd.

Allereerst de toename van niet westerse allochtonen. Deze schommelde de afgelopen jaren tussen de 18.000 en 52.000 personen.

In 2000 kwamen er 880 geboren Nederlanders terug naar Nederland vanuit een niet Westers land.

migratie vanuit niet westers land naar Nederland migratie van Nederland naar niet westers land
1995 27507 -2611
2000 52004 880
2005 18009 -4712
2010 29200 -1834
migratie vanuit westers land naar Nederland migratie van Nederland naar ander westers land
1995 18698 -11133
2000 28577 -10994
2005 15994 -20637
2010 43562 -8080

Bron van bovenstaande tabel, CBS

Uit rapportage Sociaal Planbureau 2011:

Gemiddeld komt het vestigingsoverschot van nietwesterse migranten dus uit op 21.000 personen per jaar, hetgeen overeenkomt met 0,13% van de totale bevolking. Deze groei komt niet van de traditionele groepen als Turken en Marokkanen, want hun migratie heeft inmiddels bijna het nulpunt bereikt. Zo vestigden zich in de periode 2005-2010 per saldo slechts 220 Marokkaanse migranten gemiddeld per jaar in Nederland en slechts 770 Turkse migranten.

Onderscheiden we de bevolking nog verder naar leeftijd dan valt op dat vooral de jongere bevolking in de grote steden van nietwesterse herkomst is. Zo is 53% van de Amsterdamse en Rotterdamse jongeren (017 jaar) van nietwesterse
herkomst, 46% van de Haagse jongeren en 34% van de Utrechtse jongeren. Opmerkelijk is dat deze aandelen in drie van de vier grote steden de afgelopen tien jaar zijn gedaald. Alleen in Rotterdam is het aandeel nietwesterse jongeren licht toegenomen. De daling van het aandeel jongeren in de drie genoemde steden hangt samen met de sterke afname van eerstegeneratiejongeren en de lichte groei van zogenaamde derdegeneratiejongeren, die als autochtoon in de statistieken worden opgenomen.

De Nederlandse bevolking kent met 0,5% per jaar in internationaal verband (met 0,4%) een gemiddelde groei (figuur 2.2). Bovendien wordt deze groei voornamelijk door natuurlijke aanwas tot stand gebracht. Bij de overige landen speelt het migratieoverschot
een veel grotere rol, vooral bij de Mediterrane landen maar ook in landen als België, Oostenrijk, Zweden, Ierland en het Verenigd Koninkrijk. Nederland vormt met Frankrijk en Ierland een van de weinige landen waar de bevolkingsgroei nog in belangrijke mate
door natuurlijke aanwas tot stand komt. In Duitsland is de bevolkingsgroei tot staan gebracht en zorgt de migratie er nog voor dat de bevolking niet krimpt. Hetzelfde geldt voor Tsjechië, maar in Hongarije lukt dat zelfs niet. De achterblijvende natuurlijke aanwas
hangt vooral samen met een dalende (sociale) vruchtbaarheid van de bevolking.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *