Overheidsboekhouding

Het overheidskasboek

In 2011 heeft de overheid uiteindelijk 246,0 miljard euro ontvangen en 270,1 miljard euro uitgegeven. Mede-overheden gaven in 2011 in totaal 4 miljard meer uit dan ze ontvingen. Hierdoor gaf de overheid in 2011 uiteindelijk 28,1 miljard meer uit dan ze ontving (begrotingstekort).

   

De totale overheidsschuld kwam in 2011 uiteindelijk op 392,5 miljard euro uit.

Het is de gewoonte om het begrotingstekort en de overheidsschuld uit te drukken als percentage van het Bruto Binnenlands Product. Dit BBP is het totaal van wat in Nederland wordt geproduceerd aan goederen en diensten. In 2011 was dit 602,0 miljard waardoor het overheidstekort dus op 4,7 % van het BBP uitkwam en de overheidsschuld op 65,2 % van het BBP.

Binnen de Europese Monetaire Unie (EMU) is afgesproken dat het overheidstekort van een land niet meer mag bedragen dan 3% van het BBP en de overheidsschuld niet meer dan 60% van het BBP. Dit is afgesproken om er voor te zorgen dat de euro een sterke munt blijft en dat de eurolanden als betrouwbaar worden beschouwd, zodat ze niet te veel rente betalen over leningen die ze aan gaan.

Hieronder is te zien hoe het Nederlands overheidstekort en de overheidsschuld in het verleden waren als percentage van het BBP.

Hieronder is te zien hoe Nederland zich in dit opzicht verhoud tot andere Europese landen.

Bron: FINANCIEEL JAARVERSLAG VAN HET RIJK, Aangeboden 16 mei 2012

Binnen Europees verband is afgesproken dat de EMU-schuld – dat is de staatsschuld – beneden de 60% van het bruto binnenlands product dient te blijven. Een veel completer beeld van de verplichtingen van een overheid ontstaat echter als de EMU-schuld niet alleen de staatsschuld, maar ook de schuld inzake ambtenarenpensioenen zou omvatten. Dan zouden wij als Nederland er in de vergelijking aanzienlijk beter uitkomen, omdat bij andere landen een grote schuld vanwege ambtenarenpensioenen zou meetellen. Bij andere landen is deze post zo groot, doordat veel overheden voor hun ambtenarenpensioenen geen kapitaaldekking hebben. Met het ABP staat Nederland op eenzame hoogte: veel landen, ook binnen de Europese Unie, betalen hun ambtenarenpensioenen gewoon uit de lopende begroting. Het ABP is dan ook een van de grootste pensioenfondsen ter wereld.

Hoewel de ambtenarenpensioenen in Nederland goed geregeld zijn, geldt dit niet voor de Algemene Ouderdom Wetgeving. De AOW is een soort minimum pensioen (verzekering) die door de Nederlandse overheid wordt gegarandeerd aan iedere Nederlander die de leeftijd van 65 bereikt. Het vervelende van dit systeem is echter dat deze AOW van de lopende rekening van de overheid wordt betaald. De werkenden van nu betalen dus de AOW uitkeringen van de ouderen van nu. Dit gaat goed zolang er genoeg kinderen geboren worden die straks de AOW van de huidige werkenden kunnen betalen. Helaas is dit niet het geval en groeit de groep 65+ers gestaag (vergrijzing) en worden ze ook nog eens ouder dan we hebben ingecalculeerd. Tevens heeft deze groep een enorme politieke macht door hun aantal. Dit is de reden waarom het voor jongeren en toekomstige generaties moeilijk zal worden om de verplichtingen (toekomstige schulden) die de staat voor de AOW is aangegaan aan te passen. Het komt er dus op neer dat wij een enorme schuld overdragen aan onze kinderen. Bij een enkele gelukkige staat daar een erfenis tegenover.

Behalve deze AOW schuld die de jongere generaties in de toekomst zullen moeten opbrengen is er natuurlijk wel een enorme infrastructuur in Nederland aangelegd waar toekomstige generaties profijt van hebben. Deze vraag is alleen wat de levensduur van deze infrastructuur is. Daar komt bij dat op dit moment 5% van de overheidsinkomsten komen uit de gaswinning. Maar gas raakt op. Zouden we met de gasinkomsten niet vooral moeten investeren in duurzame energiebronnen voor de toekomstige generaties?

Overheidsbalans

Tegenover de overheidsschuld staat het bezit van de overheid (activa). Als je deze van elkaar aftrekt houd je het (eigen)vermogen van de overheid over. In 2011 was dit voor Nederland -1 miljard (dus negatief). Hieronder is de ontwikkeling van dit eigen vermogen te zien.

Deze overheidsbalans is echter verre van compleet. Dan zouden namelijk alle bezittingen van de overheid op de balans moeten staan en ook een voorziening voor toekomstig te betalen AOW uitkeringen. Tevens zouden er voorzieningen op moeten komen voor toekomstige kosten voor het ongedaan maken van aangerichte milieuschade. Dit is echter niet het geval.

Als we echter de indicatieve bedragen voor de AOW schuld op de staatsbalans opnemen, dan ontstaat er (volgens Prof. Dr. Frans van Schaik) een negatief vermogen van meer dan € 1.000 miljard. (bron:Rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Management Accounting aan de Universiteit van Amsterdam op donderdag 24 mei 2007 door Frans van Schaik). Als we er even van uitgaan dat de huidige 2,6 miljoen 65-plussers reeds betaald worden uit de AOW-premies van de werkende bevolking (in werkelijkheid is er al een tekort van 20%), dan houden we nog 14 miljoen mensen over die moeten gaan sparen voor een AOW die niet volgens het omslagstelsel werkt (zie pagina: oude dag voorziening). Dit komt neer op zo’n € 70.000 per inwoner.

Hieronder de op Prinsjesdag 2011 (20 september) door het kabinet gepresenteerde Rijksbegroting en Belastingplan voor 2012.

Voor een specificatie kunt u kijken op: http://www.prinsjesdag2011.nl/miljoenennota/huishoudboekje_van_nederland

De werkelijke uitgaven vindt u op: http://www.prinsjesdag2011.nl/financieel_jaarverslag/cijfers_en_feiten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *