Milieu

Nationaal Milieubeleidsplan (http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/VROM2001NMP4.pdf)

Het laatste nationaal milieubeleidsplan dateert van 13 juni 2001; de kabinetsnota ‘Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid’. Dit werd geformuleerd door “Paars II”, een coalitie van PvdA, VVD en D66. In dit NMP4 wordt de wil uitgesproken om een eind te maken aan het afwentelen van milieulasten op de generaties na ons en op mensen in arme landen; de huidige westerse wijze van produceren en consumeren werkt dit afwentelen in de hand.

De hoofdlijnen van het NMP4 zijn als volgt samen te vatten:

  • Er is in de afgelopen dertig jaar veel bereikt; veel milieuproblemen zijn opgelost of beheersbaar geworden. Toch is er, vooral op mondiaal niveau, nog steeds te weinig controle op een paar grote milieuproblemen.
  • Het gaat om zeven grote milieuproblemen:
    • Verlies aan biodiversiteit
    • Klimaatverandering
    • Overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen
    • Bedreigingen van de gezondheid
    • Bedreigingen van de externe veiligheid
    • Aantasting van de leefomgeving
    • Mogelijk onbeheersbare risico’s
  • Het NMP4 laat zien wat Nederland kan en moet doen om binnen dertig jaar deze problemen op te lossen en daarmee een duurzame samenleving te bereiken. De doelstellingen van NMP4 zijn geformuleerd in termen van de kwaliteit van leven.
  • De aanpak van die grote problemen vraagt grote veranderingen. Zo zal de energievoorziening op de hele wereld anders moeten. Het NMP4 wil de veranderingen actief organiseren via systeeminnovatie. Dit zijn ingrijpende activiteiten die de huidige barrières om te komen tot een duurzame samenleving wegnemen.

Verlies aan biodiversiteit

Biodiversiteit of biologische diversiteit is een begrip voor de graad van verscheidenheid aan levensvormen (soorten, genen,…) binnen een gegeven ecosysteem, bioom of een gehele planeet. Biodiversiteit is een indicatie voor de gezondheid van een ecosysteem. Hoe groter de diversiteit binnen een systeem, hoe veerkrachtiger het is tegen externe invloeden zoals klimaatverandering, en hoe groter vaak de ecosysteemdiensten.

In de miljoenen jaren dat het leven op aarde is, zijn er vele soorten ontstaan en uitgestorven. Wetenschappers zijn het niet eens over de vraag of we op dit moment veel meer of even veel dieren en plantensoorten hebben als miljoenen jaren terug. Het is wel zeker dat er perioden zijn geweest van massale sterfte van soorten. De laatste zo’n 55 miljoen jaar geleden. Verder zijn de meeste biologen het er over eens dat de periode sinds de opkomst van de menselijke soort, deel uitmaakt van een nieuwe periode van massa uitsterving van soorten. Volgens een invloedrijk bioloog zullen bij voortzetting van de huidige snelheid van uitsterving van soorten, de meeste van de 13 tot 14 miljoen soorten binnen 100 jaar zijn verdwenen (Edward O. Wilson (2002). The Future of Life. New York: Alfred A. Knopf.) (bron:wikipedea, english).

Hierboven is de uitsterving van soorten en de bevolkingsgroei in de wereld weergegeven (http://www.biologicaldiversity.org/campaigns/overpopulation/index.html)

Klimaatverandering

In de miljoenen jaren dat de aarde en het leven erop bestaat, is het klimaat onderhevig geweest aan schommelingen in de temperatuur. Er zijn allerlei factoren van invloed op deze gemiddelde temperatuur, zoals de zonne-activiteit en de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Onder invloed van de industrialisatie van de mens is de hoeveelheid CO2 in de dampkring de afgelopen 100 jaar sterk gestegen door de verbranding van fossiele brandstoffen. CO2 wordt ook wel een broeikasgas genoemd, omdat het er voor zorgt dat zonnewarmte wordt vastgehouden in de aardse atmosfeer. Het broeikaseffect is het wereldwijde effect dat ontstaat ten gevolge van de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer. Deze gassen zorgen ervoor dat de temperatuur van het aardoppervlak hoger ligt dan op grond van de combinatie van warmte-instraling van de zon en de interne aardwarmte verwacht kan worden. Zonder het broeikaseffect (en dus alleen verwarming van het aardoppervlak door zonlicht en aardwarmte) zou de temperatuur op Aarde volgens bepaalde theoretische modellen gemiddeld -18 °C (min 18) zijn; thans is zij 15 °C. Het effect is genoemd naar de broeikas waar een glazen of plastic overkapping de uitstraling van warmte tegenhoudt en zo de temperatuur in de broeikas laat oplopen. (bron:wikipedia)

De meeste wetenschappers zijn het er inmiddels over eens dat de invloed van de mens er op dit moment voor zorgt dat er een klimaatsverandering op aarde gaande is. Voor een diepgaande analyse verwijs ik naar: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/414/557/RUG01-001414557_2010_0001_AC.pdf

De verandering van het klimaat op aarde zal een enorme economische invloed hebben op ons leven en vooral op dat van toekomstige generaties. Alleen al de stijging van de zeespiegel zal voor Nederland grote economische implicaties hebben.

Overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen

Op dit moment zijn er 7 miljard mensen op de wereld. De schattingen over de toekomst lopen uiteen, maar kan in 2100 oplopen naar 10 miljard (http://life.bio.sunysb.edu/~spgp/2004_03_16/world%20population%20growth.pdf). De voorraden grondstoffen zoals aardolie raken door de bevolkingsgroei en sterke economische groei van landen als China en India snel op. Instituten als het Internationaal Energie Agentschap baseren hun schattingen op onder andere de cijfers van de olieproducenten zelf en voorspellen Peak Oil rond 2030. Dit is het punt waarop het aantal vaten olie dat per jaar wordt gewonnen begint af te nemen. Naast olie zullen ook andere grondstoffen zoals bepaalde zeldzame metalen die van belang zijn voor onze huidige economie schaars gaan worden. Tevens zal de beschikbaarheid van vernieuwbare hulpbronnen zoals hout, vis, zoet water, schone lucht en vruchtbare bodem bij ongewijzigd beleid ernstig bedreigd worden.

Bedreiging van de gezondheid

Vervuiling van het milieu door fijnstof, PCB’s, medicijnen e.d. Hoe ging de overheid tot nu toe om met dergelijke bedreigingen? Gegeven de maatschappelijke waarde van bepaalde activiteiten, producten en stoffen greep de overheid niet snel in. Pas wanneer voldoende bewezen was dat de gezondheid of de veiligheid bedreigd werd, kwam de overheid in het algemeen met beschermende maatregelen. Uitstel van maatregelen tot er meer zekerheid is over gevaren en risico’s heeft het voordeel dat, als achteraf blijkt dat maatregelen niet nodig waren, geen onnodige maatschappelijke kosten zijn gemaakt. Het nadeel is evenwel dat de samenleving wordt opgescheept met hoge kosten, als achteraf blijkt dat uitstel niet terecht was. De hoge maatschappelijke kosten die de sanering van de milieu- en gezondheidsproblemen met asbest, dioxinen en PCB’s met zich mee brengen kunnen daarbij als voorbeeld dienen. Wanneer bijvoorbeeld in Nederland in 1965 een asbestverbod zou zijn ingesteld op basis van het voorzorgprincipe in plaats van het feitelijke verbod eerst in 1993, dan zou dat ruw geschat circa 34.000 slachtoffers en 41 miljard aan kosten hebben gescheeld.

Bedreigingen van de externe veiligheid

Hoewel in het rapport NMP4 vooral wordt ingegaan op de veiligheid in de directe omgeving, zal als gevolg van de toenemende schaarste van hulpbronnen de kans op conflicten tussen landen toenemen. China koopt op dit moment al op grote schaal grondstoffen en zelfs landbouwgrond in Zuid America, Afrika en zelfs Nieuw Zeeland.

Aantasting van de leefomgeving

Toename in luchtvervuiling en geluidshinder.

Mogelijk onbeheersbare risico’s

De oplossingen van vandaag zijn mogelijk de problemen van morgen. Globalisering, individualisering en een stijgende welvaart zijn belangrijke ontwikkelingen in de huidige samenleving. Er is ook een versnelling in technologische ontwikkeling waar te nemen. Technologische ontwikkeling heeft positieve kanten: maatschappelijke behoeften kunnen worden vervuld en maatschappelijke problemen kunnen worden opgelost. Zo zal voor de oplossing van milieuproblemen ontwikkeling en implementatie van duurzame technologie een cruciale factor zijn. Maar er is ook een keerzijde. De geschiedenis leert dat de oplossingen van vandaag de problemen van morgen kunnen zijn. Zo heeft de auto aan het begin van de vorige eeuw een bijdrage geleverd aan de oplossing van de verkeersproblemen door het gebruik van paard en wagen (opstoppingen, vervuiling door mest en stankproblemen in steden als Londen). En zo werd het gebruik van perchlooretheen in chemische wasserijen als een veiliger alternatief gezien dan het ontvlambare middel wasbenzine. Het gebruik van cfk’s als ontvettingsmiddel werd geacht een bijdrage te leveren aan de arbeidsomstandigheden, omdat dit middel niet toxisch is. DDT werd grootscheeps ingezet als effectief middel tegen malaria. De problemen verbonden met het huidige autogebruik zijn inmiddels genoegzaam bekend. Het gebruik van perchlooretheen, cfk’s en DDT geeft zodanige milieuproblemen dat we het gebruik van deze middelen willen uitbannen. Wat zullen de nieuwe “oplossingen” zoals mobiele telefonie, genetisch gemodificeerd voedsel en kernenergie ons brengen?

Analyse

Het onderwerp “milieubewust” heeft wel de aandacht van het grote publiek, maar economische groei is nog altijd belangrijker. Terwijl het milieu (onze leefomgeving) en de economie in werkelijkheid sterk verbonden zijn. Onze economie is tot op heden een verbruikers-economie met korte termijn doelstellingen. Tot nu toe waren grondstoffen relatief eenvoudig (dus goedkoop) te winnen en was afval niet direct een groot probleem. Door de sterke toename van de wereldbevolking, is de aanspraak op grondstoffen echter gestegen, terwijl de voorraden in de aarde beginnen op te raken. Daar komt bij dat we ook steeds meer afval krijgen. De generaties uit het verleden hebben optimaal kunnen profiteren van de opbrengsten van de aarde. Toekomstige generaties zullen echter (in het beste geval) geconfronteerd worden met een door marktwerking geforceerde overgang naar een duurzame economie waarbij onze leefomgeving gezien gaat worden als een economische bron die duurzaam onderhouden moet worden. We zullen ons gaan realiseren dat de natuur al een perfecte economische cyclus volgt van groeien en bloeien naar afsterven en hergebruiken om wederom nieuwe groei mogelijk te maken. De vraag is echter of de overgang naar deze nieuwe duurzame economie pijnloos kan verlopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *