Europese Unie

De Europese Unie

Het is van belang om een onderscheid te maken tussen de Europese Handelsunie, opgericht in 1958 en de Europese Muntunie, besloten tot invoering in 1992 en definitief ingevoerd in 2002.

De Europese Handelsunie heeft Nederland vele voordelen, maar natuurlijk ook nadelen opgeleverd. Zie hiervoor het overzicht op de site: http://www.europa-nu.nl/id/vh7zbu35kazc/europa_kosten_en_baten

De zeven instellingen van de Europese Unie zijn (bron, wikipedia):

  • Het Europees Parlement is de volksvertegenwoordiging van de Unie en bestaat uit 736 parlementariërs, die om de vijf jaar worden verkozen. Het deelt samen met de Raad de wetgevende macht van de EU. Het kan Europese wetten (richtlijnenverordeningen, …) aannemen, wijzigen of verwerpen. Het Parlement beslist samen met de Raad over de Europese begroting. De benoeming van alle leden van de Commissie, dus inclusief de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger, moet worden goedgekeurd door het Parlement voordat ze aan de slag kunnen.
  • De Europese Raad (ook wel Europese top genoemd) bestaat uit de regeringsleiders van de 27 lidstaten. De Europese Raad geeft de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten. Hij oefent geen wetgevingstaak uit
  • De Raad van de Europese Unie (ook wel Raad van Ministers of kortweg Raad genoemd) varieert van samenstelling, afhankelijk van welk onderwerp besproken wordt. Hij bestaat uit de betreffende ministers van alle 27 lidstaten. De Raad oefent samen met het Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Ook oefent hij zekere beleidsbepalende en coördinerende taken uit. De Raad besluit meestal met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
  • De Europese Commissie is de uitvoerende tak van de EU en bestaat uit 27 eurocommissarissen, één uit elke lidstaat. De Commissie is de enige instelling die nieuwe wetten kan voorstellen, het zogenaamde recht van initiatief. Ook controleert ze of de lidstaten de Europese regelgeving wel goed naleven. De Commissie werkt onafhankelijk van de belangen van de lidstaten, de eurocommissarissen moeten in het Europees belang werken.
  • Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de rechterlijke macht. Het controleert of de Europese wetten correct worden nageleefd. Het zorgt ervoor dat de Europese wetten worden geïnterpreteerd en toegepast worden in elke lidstaat.
  • De Europese Centrale Bank (die samen met de nationale Centrale Banken het Europees Stelsel van Centrale Banken vormt).
  • De Europese Rekenkamer controleert de financiën van de Europese Unie.
Zetels Inwoners Zetelinvloed
Duitsland 99 82.329.758 0,79
Frankrijk 74 62.150.775 0,78
Italië 73 58.126.212 0,83
Verenigd Koninkrijk 72 61.113.205 0,78
Spanje 54 46.661.950 0,76
Polen 51 38.482.919 0,87
Roemenië 33 22.215.421 0,98
Nederland 26 16.736.736 1,02
België 22 11.007.020 1,32
Griekenland 22 10.737.428 1,35
Hongarije 22 9.905.596 1,46
Portugal 22 10.707.924 1,35
Tsjechië 22 10.211.904 1,42
Zweden 20 9.059.651 1,45
Oostenrijk 19 8.210.281 1,52
Bulgarije 18 7.204.687 1,65
Finland 13 5.250.275 1,63
Denemarken 13 5.500.510 1,56
Slowakije 13 5.463.046 1,57
Ierland 12 4.203.200 1,88
Litouwen 12 3.555.179 2,22
Letland 9 2.231.503 2,66
Slovenië 8 2.005.692 2,63
Estland 6 1.299.371 3,04
Luxemburg 6 491.775 8,04
Malta 6 405.165 9,76
Cyprus 6 796.740 4,96
753 496.063.923

De Europese munteenheid

Binnen Europees verband is afgesproken dat de EMU-schuld – dat is de staatsschuld – beneden de 60% van het bruto binnenlands product dient te blijven. Een veel completer beeld van de verplichtingen van een overheid ontstaat echter als de EMU-schuld niet alleen de staatsschuld, maar ook de schuld inzake ambtenarenpensioenen zou omvatten. Dan zouden wij als Nederland er in de vergelijking aanzienlijk beter uitkomen, omdat bij andere landen een grote schuld vanwege ambtenarenpensioenen zou meetellen. Bij andere landen is deze post zo groot, doordat veel overheden voor hun ambtenarenpensioenen geen kapitaaldekking hebben. Met het ABP staat Nederland op eenzame hoogte: veel landen, ook binnen de Europese Unie, betalen hun ambtenarenpensioenen gewoon uit de lopende begroting. Het ABP is dan ook een van de grootste pensioenfondsen ter wereld.

Dit betekent dat wanneer Nederland mee zou doen aan europese staatsleningen, de zgn. eurobonds, wij mee gaan betalen aan de pensioenschulden die andere Europese staten hebben aan hun ambtenaren. Daar staat tegenover dat de Nederlandse staat op dit moment misschien een (zeer lage) rente betaalt over haar leningen die niet geheel in overeenstemming is met de werkelijke risico’s op deze staatsobligaties. Tevens heeft Nederland de afgelopen 10 jaar een munt gehad (de euro) die voor haar doen te goedkoop was. Nederland heeft het dus gemakkelijk gehad met haar export naar andere landen en het daardoor economisch makkelijker gehad. Daar staat dan weer tegenover dat deze naar verhouding goedkope munt onze import duurder maakte dan nodig was. Kortom, het is moeilijk te zeggen hoeveel voordeel we van de Euro hebben en hoe rechtvaardig het is dat er eurobonds komen.

Wat wel gezegd kan worden is dat de komst van de Euro de zaken veel complexer heeft gemaakt. Internationaal gezien heeft de euro het geldverkeer binnen de Europese Unie aanzienlijk vereenvoudigd; waar vroeger met minstens tien verschillende valutawaarden gerekend werd, geldt er nu één. Toch is het de vraag of dit niet een tijdelijk voordeel was. Door vergaande automatisering is het omrekenen van valuta immers steeds eenvoudiger geworden. Daar komt bij dat omrekensystemen niet overbodig geworden zijn. De EU doet immers nog steeds zaken met verschillende landen met een andere munteenheid. Wel is het valuta wissel risico binnen de Eurolanden uitgeschakeld. De voordelen voor de gewone consument zijn echter overdreven aangezet. Door de digitalisering zal in de toekomst immers iedereen met pinpas of chipknip betalen en is omrekenen een fluitje van een cent. Verder is met de invoering van de Euro is de mogelijkheid voor landen verdwenen om haar munt te laten devalueren en op die manier marktcorrecties door te voeren. Daar komt bij dat de EU geen Verenigde Staten is. In de VS worden regionale verschillen makkelijker opgelost doordat mensen gaan verhuizen naar locaties waar meer banen zijn. In de EU is deze beweging minder sterk en als ze optreedt (Polen in Nederland) wordt ze veel minder geaccepteerd dan in de VS het geval is. In Europa heeft de Euro de tegenstellingen tussen de landen alleen maar vergroot. Bij de invoering hebben de politici de risico’s niet voldoende uitgelegd.

In het verdrag van Maastricht in 1992 is afgesproken dat de Europese lidstaten – met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden – een Economische en Monetaire Unie (EMU) zouden vormen met een eigen Europese munt, de euro. In Nederland stemde de Tweede Kamer op 12 november 1992 in met het “voorstel van Rijkswet ter goedkeuring van het Verdrag betreffende de Europese Unie”. De Eerste Kamer volgde op 15 december. Het verdrag werd in beide Kamers gesteund door de fracties van het CDA, de VVD, D66 en de PvdA. http://www.statengeneraaldigitaal.nl/themas/thema?document=europa

In 1998 was alleen de SP tegen de invoering van de Euro. http://www.meervoud.org/index.php?blz=artikel&nummer_id=36&artikel_id=3

De huidige minister De Jager van Financiën geeft nu aan dat er bij de invoering van de euro grote fouten zijn gemaakt en daarvan krijgen we nu de rekening gepresenteerd. http://www.telegraaf.nl/binnenland/11055972/__De_Jager__grote_fouten_euro__.html

Opiniestukken:

Maak Spanje het Florida van Europa

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *